Voorjaarsconcert

Cantique de Jean Racine, Gabriel Fauré

Requiem, Gabriel Fauré

Magnificat, John Rutter

vrijdag 24 april 2020, 20.15 uur, Grote Kerk, Naarden

Het koor van de Nederlandse Händelvereniging

Holland Orkest Combinatie

Wendy Roobol, sopraan
Berend Eijkhout, bariton
Wybe Kooijmans, orgel

Algehele musikale leiding:

Dirigent: Paul Valk

Magnificat en Requiem…. leven en dood, zou je kunnen zeggen. Bij het Magnificat is er vreugde voor het komende leven en in een Requiem zoekt men naar troost en houvast door het verdriet van iemand die is gestorven. Een geliefde, een familielid, een nabije. Maar vaak kan ook aan álle gestorvenen gedacht worden. Het is maar waar uw gedachten naar uit gaan.
De NHV voert een Requiem en een Magnificat uit de 20e eeuw uit. Deze werken zijn nú eigenlijk al klassiekers in de korenwereld.

Cantique de Jean Racine & Requiem, Gabriel Fauré

Een prijs in Parijs…
Gabriel Fauré (1845-1924) bezocht reeds op negenjarige leeftijd de École Niedermeyer in Parijs en was leerling van o.a. Camille Saint-Saëns. Hij leerde behalve de oude kerktoonsoorten ook de werken van de grote klassieken kennen.
Bij zijn afstuderen in 1865 schreef hij o.a. een werk voor koor, strijkers en orgel en droeg het op aan César Franck en vernoemde het naar de zeventiende-eeuwse Franse toneelschrijver Racine, die deze parafrase – Verbe égal aux Très-Haut – maakte van de Latijnse hymne Consors paterni luminis uit de kerkelijke getijden, de metten van de dinsdag. Het is met zijn typisch ‘Fauréiaanse’ klankkleuren en harmonieën wereldwijd een uiterst geliefd koorwerk geworden. Hij kreeg er zelfs de eerste prijs voor. U raadt al over welk werk dit gaat. Juist: Cantique de Jean Racine.
Hij bezet in de volgende jaren diverse organistenplaatsen. Hij is een van de medestichters van de Société Nationale de Musique, die tot doel heeft werk van jonge Franse componisten uit te voeren. Hij wordt compositieleraar aan het conservatorium in Parijs in 1896, en is daar directeur van 1905 tot 1920, wanneer hij ontslag moet nemen wegens hardhorendheid. Hij sterft in Parijs in 1924.
Requiem…
Naar eigen zeggen heeft Fauré zijn Requiem ‘simplement pour le plaisir’ geschreven. Aangenomen wordt echter dat de dood van zijn vader in 1885 heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het werk. Toen zijn moeder ook nog een stierf, dat was eind 1887, voltooide hij het binnen enkele dagen.
De eerste uitvoering vond plaats in januari 1888 in een uitvaartdienst in Eglise de Sainte-Madeleine In Parijs, alwaar Fauré de functie van kerkmusicus bekleedde. Het werk bevatte toen nog geen Offertorium en ook het Libera Me was nog niet opgenomen in het aanvankelijk vijfdelige Requiem. Enkele jaren later werden deze delen toegevoegd en Fauré bleef ook sleutelen aan het werk. Ook ontstonden er allerlei instrumentaties.
Zachtmoedig…
Fauré wijkt in zijn Requiem op een paar momenten af van bovenstaande liturgische opbouw en van de vorm die we zo goed kennen van de Requiems van Mozart en Verdi. Fauré laat Graduale en Tractus weg, in die tijd niet ongebruikelijk. Maar het meest opvallend is dat het Dies irae ontbreekt. Nu valt al bij het eerste beluisteren van het Requiem van Fauré het zachtmoedige en troostrijke karakter van de muziek op. Dat besefte Fauré terdege. “Het Requiem is zo zachtmoedig als ikzelf.”
Die heftige Dies irae-scene over het Laatste Oordeel kwam ongetwijfeld niet overeen met Fauré’s karakter en zijn persoonlijke gedachten over de dood: “Maar zo zie ik de dood, als een blijde overlevering en een streven naar de blijdschap hierboven, in plaats van een pijnvolle ervaring.”
Het Dies irae is niet helemaal uit zijn Requiem verbannen: de woorden ‘Pie Jesu, Domine’ – die Fauré als los deel toevoegde- zijn ontleend aan het lieflijke laatste vers van het lange Dies irae-gedicht.
Daarnaast staan in het deel Libera Me de Dies irae woorden ook nog wel even.
Opvallend is dat Fauré na het Sanctus het aansluitende Benedictus heeft weggelaten hoewel de zachtmoedigheid van die tekst zo goed bij het stuk had gepast. Alles wordt met zachte, milde kleuren neergezet. Het is intiem vertroostend en liefdevol van sfeer. Een rijkdom aan tedere melodieën geven als het ware licht aan de klank.

Magnificat, John Rutter

Een koor in Cambridge…
John Rutter (Londen 1945) studeerde aan het Clare College in Cambridge. Hij was in de jaren zeventig hier zowel organist als dirigent van het collegekoor. In 1981 richtte hij ‘The Cambridge Singers’ op, een kamerkoor dat zich al snel ontwikkelde tot een van de beste van Engeland.
Rutter is inmiddels een bekend componist van koorwerken, waaronder het Requiem uit 1984 en het Magnificat uit 1990. In zijn composities gebruikt hij invloeden uit de Engelse, Franse en Duitse koortradities, en ook uit de popmuziek en jazz. Dit geldt voor harmonieën, als ook voor ritmes bijvoorbeeld.
Magnificat…
Het Magnificat is vrolijk en uitbundig. Maar ook lyriek en ontroering heeft er een plek gekregen.
Zelf schrijft Rutter hierover: “Lucas 1: 46-55, bekend als het Magnificat, is een dichterlijke stortvloed van lof, vreugde en vertrouwen in God, die de maagd Maria uitsprak toen zij hoorde dat zij Christus zou baren. Het is altijd één van de meest bekende en geliefde teksten uit het Evangelie geweest, niet in de laatste plaats doorat deze lofzang is opgenomen in de Katholieke Versperdienst en de Anglicaanse Evensongtraditie. Hoewel veelvuldig op muziek gezet, bestaan er – sinds die van Bach – verrassend weinig bewerkingen waarin de tekst een uitgebreide behandeling krijgt. Het was mijn langgekoesterde wens om een uitgebreid Magnificat te schrijven, maar ik was niet zeker hoe ik dit moest aanpakken, totdat ik mijn uitgangspunt vond in het verband tussen de tekst en de maagd Maria. In landen als Spanje, Mexico en Puerto Rico bieden feestdagen rondom Maria een vrolijke gelegenheid voor het volk om de straat op te gaan en feest te vieren met zang, dans en optochten. Deze beelden van viering in de openlucht moet ik tijdens het componeren ergens in gedachten hebben gehad, hoewel ik mij daar pas na afloop van bewust werd. Waar ik mij wél bewust van was, is het volgen van het voorbeeld van J.S. Bach, door aanvullingen op de eigen liturgische tekst te doen. Bach deed dat in zijn passies met de aria’s en de koralen. Ik voeg hier een oud-Engels gedicht toe, getiteld ‘Of a rose, a lovely rose’ en het gebed ‘Sancta Maria’, beide om het verband met Maria te onderstrepen.
Fiësta…
Het Magnificat beleefde in 1990 haar wereldpremière in Carnegie Hall in New York. Een ‘Fiësta Magnificat’, de lofzang van Maria die de blije gelovigheid van de Zuid-Amerikaanse landen weerspiegelt. Er wordt naast de koorzang ook nog veel moois gezongen door de sopraansoliste, de enige solostem in dit stuk.
U hoort in ons concert de versie voor kamerorkest en orgel.
Paul Valk