Ingeborg Bröcheler

De Nederlandse alt Ingeborg Bröcheler is afgestudeerd aan de Vrije Universiteit als bestuurskundige en criminoloog, en was verbonden aan de Amsterdamse Toneelschool, voordat ze zich toelegde op klassieke zang. Haar muziekopleiding volgde ze aan de Schumann Akademie. Ze studeerde bij Paula de Wit. Masterclasses en -courses volgde ze onder andere bij Rosemary Joshua, Margreeth Honig, Dale Duesing, Clarron McFadden en Sarah Connolly. Op dit moment werkt ze met Elène Golgevit in Parijs.

Ingeborg zong in de Walt Disney Concert Hall met Los Angeles Philharmonic o.l.v. Reinbert de Leeuw in de wereldpremière van Louis Andriessen’s ‘Theatre of the World’ de rol van ‘3rd Witch’ (co-productie Dutch National Opera en Los Angeles Philharmonic, regie: Pierre Audi). Tijdens Holland Festival 2016 vertolkte ze deze rol opnieuw in een hernieuwde enscenering voor Koninklijk Theater Carré (Asko|Schönberg o.l.v. Reinbert de Leeuw, regie: Pierre Audi). Ze zong de altsolo in ‘Before: Present’, een samenwerkingsproductie tussen Amsterdam Dance Event en Dutch National Opera in regie van Sjaron Minailo. In het kader van talentontwikkeling bij DNO was ze cover voor ‘Polinesso’ in ‘Ariodante’ en maakte ze deel uit van het ensemble (co-productie DNO en Festival d’Aix-en-Provence, Concerto Köln o.l.v. Andrea Marcon, regie: Richard Jones). Onder leiding van Kenneth Montgomery vertolkte ze ‘Bradamante’ in Händel’s ‘Alcina’.

Als concertsoliste was Ingeborg o.a. te horen in werk van Fux (Kaiserrequiem), Pergolesi (Stabat Mater), Vivaldi (Gloria), Bach (Matthäus Passion, Johannes Passion, Weihnachtsoratorium, Hohe Messe, diverse cantates), Händel (Saul, Messiah), Haydn (Missa in Angustiis), Mozart (Requiem, Vespers), Rossini (Petite Messe Solennelle, Messa di Gloria), Brahms (Altrhapsodie) en Duruflé (Requiem). Ze zong liederencycli van o.a. Schumann (Frauenliebe und Leben), Elgar (Sea Pictures), Wagner (Wesendonck-Lieder; bewerkte Henze-orkestratie) en Britten (A Charm of Lullabies). In regie van Klaus Bertisch, zong Ingeborg ‘Sechs Monologe aus Jedermann’ van Frank Martin.