Voorjaarsconcert 2019

Petite Messe Solennelle, Gioachino Rossini

Ave Maria, Gioachino Rossini

Allegro Vivace (orgelsymfonie nr 5 in F opus 42), Charles Marie Widor

vrijdag 26 april 2019, 20.15 uur, Grote Kerk, Naarden

Het koor van de Nederlandse Händelvereniging

 

Solisten

Laetitia Gerards, Sopraan
Liesbeth van der Loop, Alt
Joaquin Asiain, Tenor
Joep van Geffen, Bas
Thom Janssen & Emiel Janssen, Piano
Dirk Luijmes, Harmonium
Wybe Kooijmans, Orgel

Algehele muzikale leiding

Rick Muselaers

Een ouderdomszonde?

“Lieve God, hier is ze dan, die arme, kleine mis. Is het werkelijk sacrale muziek of vervloekte muziek? Ik ben geboren voor de opera buffa, U weet dat wel. Een beetje kunde en een beetje hart, dat is het. Dus wees geprezen en verleen mij toegang tot het Paradijs.”

 Bepaald klein is deze Petite Messe Solennelle (Parijs, 1863), met een duur van ca. 85 minuten, allerminst.

Het woordje ‘Petite’ is mogelijk ook een beetje spottend bedoeld naar de opgeblazen ‘Grand Messe Solennelle’ van die tijd. Daarnaast slaat het ook op de bezetting van dit werk: slechts 12 zangers, 2 piano’s en harmonium.

“Twaalf zangers van de drie geslachten: mannen, vrouwen en castraten zijn voldoende voor de uitvoering, ofwel acht voor het koor, vier voor de soli, dus in totaal twaalf cherubijnen. Lieve Heer, vergeef mij de volgende vergelijking. Dit twaalftal zijn ook de apostelen in het beroemde fresco van Leonardo da Vinci, dat het Avondmaal voorstelt. Wie zou het voor mogelijk houden! Er bevinden zich onder Uw jongeren enige die valse noten zingen! Weest U ervan overtuigd, mijn Heer, ik betreur het dat er bij mijn maaltijd geen Judas zal zijn en dat mijn discipelen rein en con amore Uw lof zingen, en deze kleine compositie – die, ach, de laatste doodzonde op mijn oude dag is.”

De kleine bezetting was ook vereist om het werk uit te kunnen voeren in de privé-kapel van Graaf Michel-Frédéric Pillet-Will op 14 maart 1864. Het werk is opgedragen aan graaf Michel-Frédéric’s vrouw Louise, gravin Pillet-Will.

In 1867 orkestreerde Rossini, op verzoek van zijn uitgever, het werk voor symfonische bezetting zodat het ook in de grote Parijse kerken kon klinken. Echter tegen zijn zin in, omdat hij al zijn vakmanschap juist in de ‘kleine’ versie had gestopt.

Naar eigen zeggen heeft Rossini het werk in 1866/67 enkel georkestreerd uit angst dat anders componisten als Hector Berlioz na Rossini’s dood het werk met saxofoons of “andere reuzen van het moderne orkest” zouden instrumenteren.

Deze georkestreerde versie werd in 1869 onder de naam ‘Messe Solennelle’ uitgegeven, een jaar na Rossini’s dood.

Vanavond voeren we de eerste versie van Rossini uit. Echter in een ‘iets’ grotere koorbezetting. Maar ach, we zitten dan ook niet in een kleine kapel.

Het is nu aan u: Is het werkelijk sacrale muziek of vervloekte muziek?

Rick Muselaers