Najaarsconcert 2018

Nänie, Johannes Brahms
Schicksalslied, Johannes Brahms
Mis in D klein, Anton Bruckner

vrijdag 19 oktober 2018, 20.15 uur, Grote Kerk, Naarden

Het koor van de Nederlandse Händelvereniging

Holland Symfonie Orkest

 

Solisten

Machteld Baumans, Sopraan
Eva Kroon, Alt
André Post, Tenor
Pieter Hendriks, Bas

Algehele muzikale leiding

Boudewijn Jansen
 

Kaartverkoop begint 1 mei 2018

 
In 1871 bezocht Anton Bruckner Londen en gaf diverse orgelconcerten waarbij hij geregeld afsloot met een improvisatie over het “Hallelujah” uit de Messiah. Mochten we al een verantwoording nodig hebben dat we als Händelvereniging Bruckner uitvoeren dan is die hierbij gegeven. Het lijkt me geen toeval dat Bruckner juist het “Hallelujah” koos. De overweldigende opbouw in dit werk, waarbij de sopraan stapsgewijs opstijgt en tot een overweldigende climax voert, heeft Bruckner zodanig geïnspireerd dat het een belangrijk stijlkenmerk in zijn oeuvre is geworden. De stijgende toonladder is zelfs een samenhang-verschaffend motief in de Mis in d-klein die wij ter hand gaan nemen. Ongetwijfeld meende Bruckner dat de Engelsen deze mis dus wel enthousiast zouden ontvangen en hij zond hem spoorslags naar hen op. Maar nee, er volgde geen uitvoering.
Bruckner componeerde de Mis in d-klein in 1864 en voerde hem uit in de kathedraal van Linz en later nog enkele malen in Wenen. We bevinden ons midden in een periode waarin de missen van Haydn en Mozart nog maatgevend zijn, maar er tegelijkertijd een beweging is om terug te keren tot de polyfone ‘a capella’ stijl van de renaissance, de stijl van Palestrina. Terwijl de mis in e-klein uit 1866 deze tweede stroming volgt is Mis in d-klein juist een representant van eerstgenoemde stijl. Het orkest heeft een belangrijk aandeel zoals direct in de openingsmaten duidelijk wordt.
De solisten zijn vier in getal, zoals de traditie bepaalt. Opvallend is dat Bruckner de aanhef van het Gloria en het Credo niet componeert, zodat de mis in een kerkdienst gebruikt kan worden als de priester de intonatio zelf aanheft. In ons geval zullen de solisten deze taak vervullen.
De componist volgt alle emoties van de rijke mis-tekst op de voet en dat resulteert in een caleidoscopisch palet, waarbij we van “Himmelhoch jauchzend” tot “zum Tode betrübt” worden gevoerd. Vaak volgen deze emoties zich haast abrupt op, soms worden ze fraai overgeleid door het orkest. Per saldo is het geen mis die we graag op zondagochtend als achtergrondmuziek opzetten. Het is echt ‘luistermuziek’, muziek voor een aandachtig publiek, en bovenal ‘zingmuziek’, muziek voor een strijdlustig koor , dat de klippen met doorzettingsvermogen omzeilt, dat zucht in de diepe dalen en juicht op de hoge toppen.
De mis zal worden voorafgegaan door twee meesterwerken van Johannes Brahms. Van deze twee is het Schicksalslied redelijk bekend en zeer geliefd bij het publiek en de koren. Nänie is echter de ‘Geheimtipp’ van ons programma: diepe treurnis maar met zulke engelachtig mooie melodieën dat waar wordt wat de tekst zegt: “een klaaglied te zijn in de mond van de geliefde is heerlijk” !

Boudewijn Jansen